Oorzaak en gevolg

Het is niet gemakkelijk om een vinger te leggen op alle gevolgen die de alomtegenwoordigheid van technologie heeft op het leven. Men kan zonder al te veel complexe uiteenzettingen aantonen welke verwoesting bijvoorbeeld de uitvinding van kernenergie teweeg heeft gebracht, of hoe de industriële revolutie de planeet terminaal heeft gemaakt. Het is logisch dat een strijd tegen deze gevolgen ook een strijd moet zijn tegen hun directe oorzaken, in dit geval kernenergie en industrialisatie. En hoewel dit twee machtskolossen zijn, die daarenboven stevig in de samenleving geworteld zitten, zijn ze éénduidig, begrijpbaar en herkenbaar. Maar als de kwestie van technologie dichter bij huis wordt gebracht wordt het ingewikkelder.

Want dan wordt duidelijk dat ze oneindig veel gezichten heeft, en dat lang niet al deze gezichten als lelijk aanschouwd worden. Het aanvallen van de schijnbaar onomstotelijke neutraliteitsstatus van technologie is een noodzakelijke stap als we zicht willen krijgen op haar werkelijke impact op het leven. Een van de meest voor de hand liggende argumenten ligt in het ‘onderzoek’ dat aan de basis ligt van de ontwikkeling van bepaalde technologieën. Veel wetenschappelijk onderzoek wordt in het leven geroepen door bijzonder kapitaalkrachtige spelers die azen op het directe voordeel die de ingebruikname van bepaalde technologieën hen kan opleveren; economische reuzen die hun handel sneller en efficiënter willen maken, of staten die hun controle willen aanscherpen. Maar ook elders vindt onderzoek plaats. Bijvoorbeeld in de laboratoria van zogeheten ‘incubators’; plekken die vaak verbonden zijn met universiteiten en die geld en middelen verschaffen voor de ondersteuning van jonge of startende ondernemingen. En dan is er nog wat je ‘fundamenteel onderzoek’ zou kunnen noemen. Onderzoek waarvan de rechtstreekse toepassing nog niet duidelijk is, en dat op het eerste zicht gericht is op de vergaring van kennis. Dit soort onderzoek komt niet zelden tot stand door een samenwerking uit verschillende hoeken (bedrijven, staten, universiteiten, …), en kan de nationale grenzen wel eens overschrijden. Prestige is hier zeker een grote drijfveer, het eenvoudige verlangen de eerste te zijn iets te ontdekken, en een autoriteit te worden op een bepaald gebied. Maar uiteraard doet alleen al het fantaseren over wat zekere technologieën mogelijk zouden kunnen maken op het vlak van commercie en controle menig geldschieter nu al watertanden.

De intenties van diegenen die betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek zijn gericht, de technologieën die ze voortbrengen zijn onschuldig noch neutraal.

Parallel met de ontwikkeling van allerlei nieuwigheden ontplooit zich ook een uitgestrekt netwerk van technologische snelwegen (waar bijvoorbeeld het internet, stroomnet en televisie een groot deel van uitmaken) die de constante werking en propaganda van heel de overheersing moeten verzekeren.

 

Dat een algemene verslaving aan technologie vooral de pacificatie ten goede komt spreekt voor zich, maar het blijkt ook een diepere invloed op ons doen en laten te krijgen. Zo blijkt dat we ons stilaan maar zeker aanpassen aan de technologie. Zodat zelfs die ogenschijnlijk ‘neutrale’ middelen die velen gebruiken omdat ze het communiceren, denken of handelen zouden vergemakkelijken, uiteindelijk de communicatie, het denken en handelen zelf gaan bepalen en vernauwen.

De totaliteit van deze vaststelling is angstaanjagend, maar de technologie aanvallen blijft mogelijk. De pistes die ons op ideeën kunnen brengen gaan grof gesteld twee richtingen uit. Aan de ene kant is er het arsenaal aan technologische uitwerksels die, aangezien ze stilaan tot alle uithoeken reiken, gevonden en vervolgens uitgeschakeld of gesaboteerd kunnen worden. Het zal snel duidelijk worden dat voor het kapot maken van hoog-technologische apparatuur geen hoog-technologische middelen of kennis nodig zijn. Aan de andere kant heb je de eigen verhouding met technologie in het dagdagelijkse. Als men het beslag dat de technologie op het denken en doen legt wil weigeren, kan men z’n autonomie tegenover die technologie best zo groot mogelijk proberen maken. Het is immers die onafhankelijkheid die ervoor kan zorgen dat grote delen van het leven, maar ook van strijden, niet de bemiddeling en verminking van de technologie hoeven te ondergaan.

En het is vooral dat laatste, het aandeel van technologie binnen strijden, waarbij dringende vragen zich opdringen. Op sommige plekken is de rol van bijvoorbeeld het internet eerder groot binnen momenten van strijd. En dan gaat het niet over het oprichten van ‘facebookgroepen’ of de eindeloze discussies op internetfora, die een eenvoudige vervanging worden van ‘iets doen’, meestal veel gebakken lucht zijn en er enkel in slagen het rijk der vrijblijvende meningen te vergroten. Dan gaat het veeleer over het internet dat als middel gebruikt wordt in conflicten die ook buiten het internet een uitwerking kennen. Bijvoorbeeld door het te gebruiken als voornaamste kanaal waarlangs informatie verspreid, gecommuniceerd, georganiseerd wordt. Sommigen beweren dat bij de rellen die Engeland overspoelden in 2011 vooral het internet ervoor gezorgd heeft dat de opstandigheden zo snel en wijd verspreid geraakten. Wat misschien klopt. Maar dit geeft de indruk dat dit medium onder de controle staat van haar gebruiker en dus dat het, evenals een instrument van de macht, ook een bevrijdend instrument kan zijn om te vechten tégen de macht. Maar in de periode die volgde op de rellen in 2011 bleek de kater algauw aanzienlijk. Zo werd een groot deel van de repressie nauwgezet georganiseerd langs datzelfde kanaal dat eerst zoveel wanorde leek mogelijk te maken. Al de bewegingen op het internet hebben gewoonweg de nodige bewijslast afgeleverd om in de nasleep van de revolte velen ervoor te vervolgen en op te sluiten. In datzelfde jaar schakelde de Egyptische regering tijdens de woeligste dagen voor de val van het regime van Moebarak zelf het internet uit, in een poging de communicatie en verspreiding van informatie in deze beslissende periode lam te leggen. De staat kon deze repressie in het hele land uitoefenen door een eenvoudige druk op de knop, zonder al de straten te moeten overspoelen met uniformen en overal een openlijke bezetting op poten te zetten. De bestanddelen van de protesten die langs dat kanaal liepen zaten die dagen achter slot en grendel.

De technologie eist ook haar aandeel op binnen activiteiten op kleinere schaal en via andere middelen. Denk aan het gebruik van mobiele telefoons, die bijvoorbeeld tijdens een betoging gebruikt worden om een efficiënte communicatie te garanderen, of de aanmoediging van het filmen van bepaalde acties, in de veronderstelling dat dit hun verspreiding zou begunstigen.

Maar wie kan de optelsom nog maken van de correctionele zaken die beklonken werden door het telefoonverkeer of de positiebepaling door gsm voor, tijdens of na de ten laste gelegde feiten? Hoeveel videobeelden hebben ooit de vrijspraak voor iemand bekomen, en hoeveel videobeelden hebben die net in de weg gestaan? Er is altijd repressie geweest en de staat zal altijd manieren blijven vinden om deze te organiseren, maar de omarming van technologie opent het luik naar een geheel nieuw arsenaal aan wapens waar de staat maar al te graag gebruik van maakt.

Het komt er niet op aan zich te wentelen in de illusie dat mits de nodige studie of kennis deze middelen ook onze middelen kunnen worden. Het is nodig ze te ontmaskeren als inherent vijandig. Niet alleen vijandig tegenover onze weerbaarheid tegen repressie, maar ook tegenover onze autonomie, verbeeldingskracht en creativiteit die uiteindelijk bepalen hoe we willen leven, én vechten.

De uitdaging die zich stelt is het vinden van andere middelen, middelen die ons in staat stellen een directere relatie op te bouwen met elkaar en onze omgeving, en dus indruisen tegen de richting waarin de technologie ons wil duwen. In sommige gevallen kan het volstaan om manieren uit het verleden weer op te graven om ze ons opnieuw eigen te maken, in andere gevallen zullen we nieuwe manieren moeten uitvinden en uittesten. Het is een ware uitdaging, maar eentje die, in een wereld die steeds verder opgeslokt wordt door de technologie, voor een uitbraak wel eens beslissend kan zijn.

 

 

Leave a Reply